Ingangen en deuren

Kan iedereen bij u naar binnen? Zo maakt u zonder grote investeringen uw pand toegankelijker:

  • Zorg dat deuren gemakkelijk opengaan.
    Met een automatische deur of een deurdranger die niet te zwaar is ingesteld verbetert u de toegankelijkheid. 
  • Plaats deurknoppen en deurkrukken op de juiste hoogte.
    Een deurknop of deurkruk op 90 tot 120 centimeter hoogte is voor de meeste mensen goed bedienbaar.
  • Maak ingangen breed en hoog genoeg.
    Een toegankelijke ingang is minimaal 85 centimeter breed en 230 centimeter hoog. Het gaat om vrije doorgangsruimte, dus exclusief deurkozijnen, plinten, etc.
  • Voorkom grote hoogteverschillen.
    Maak drempels niet hoger dan 2 centimeter of zorg voor een andere oplossing, zoals een oprit of wegneembare oprijplaat.
  • Houd deuren en vluchtroutes vrij van obstakels.
    Alleen al in winkels zijn er ieder jaar 200 tot 300 branden. Zet geen spullen voor deuren en nooduitgangen of in vluchtroutes. Dit helpt iedereen om het pand zo snel mogelijk verlaten. Denk daarbij ook aan ouderen, mensen in rolstoel en mensen die blind zijn. 
  • Maak gebruik van de ITS-criteria voor ingangen en deuren.
    De ITS-criteria zijn gebaseerd op het Handboek voor Toegankelijkheid. Overweeg ook om toe te werken naar het behalen van het ITS-keurmerk voor een goed toegankelijk gebouw.